top of page
Search

Het lange lastige verhaal


Ik heb natuurlijk een Elevator Pitch, maar misschien durf je je te wagen aan het Lange Lastige Verhaal? Ik ben bang dat ik een beetje klagerig over ga komen, maar als je me ooit ontmoet, zul je zien dat ik een vrolijk type ben.


Sorry dat ik zoveel praat


Ik praat nogal veel. Mensen vertellen mij dat al van kleins af aan. Zij vinden me soms irritant of arrogant overkomen. Ze vinden dat mensen die veel praten weinig te zeggen hebben. Zwijgen is goud enzo… Ik heb geprobeerd minder te praten, zelfs om niet te praten, maar het kost me veel energie en stress om me aan te passen en soms kan ik mezelf niet beheersen. Praten is een essentiële karaktereigenschap van mij. Het kost me evenveel moeite om dat onder controle te houden, als dat het voor een rechtshandige moeite kost om linkshandig te schrijven. Ik praat minder wanneer ik me geïntimideerd of angstig voel, maar ik geef er de voorkeur aan om me zo niet te voelen. Ik voel me gegeneerd en oncomfortabel als ik over mezelf als kunstenaar praat, vaak begin ik dan te ratelen, zodat ik er snel vanaf ben en mensen niet meer hoef lastig te vallen. Als we elkaar ooit persoonlijk ontmoeten en je hebt het gevoel dat ik over je heen praat, kun je me vriendelijk vragen of je even kunt uitpraten. Ik ben echt in je geïnteresseerd. Wees alsjeblieft niet gemeen. Het blijkt dat ik neurodivers ben. Ik heb zelfs een diagnose, maar de term neurodivers bevalt me beter. Het maakt duidelijk dat ik me soms anders dan gemiddeld gedraag, omdat mijn hersenen anders werken. Als ik mijn diagnose vertel, krijg ik veel vaker te maken met specifieke vooroordelen die bij mijn aandoening horen.


Hoe ik kwam waar ik nu ben


Mijn hele leven ben ik dol geweest op tekenen en schilderen. In mijn familie zitten een aantal redelijk succesvolle kunstenaars en als een kind had ik veel gelegenheid om te experimenteren met verschillende materialen in de ateliers van mijn tantes. Mijn vader ontmoedigde mijn zus en mij om naar de kunstacademie te gaan. Hij had zelf kunstacademie gedaan en gunde ons een studie met een beter toekomstperspectief. Ik snap dat wel. Ik geef er ook niet de voorkeur aan dat mijn dochters een kunstopleiding gaan doen, maar mochten ze het willen, dan steun ik ze door dik en dun. Mijn zus werd uiteindelijk interieurarchitect en ik studeerde verder als architect aan de TU Delft. Ik genoot van mijn studie en haalde doorgaans hoge cijfers. Ik had plezier in het bedenken van ruimtelijke concepten die verbinding maakten met menselijke zintuigelijke verlangens. Ik hou er niet van om veel ingewikkelde filosofische terminologie te gebruiken (hoewel ik filosofie zelf wel heel leuk vind).


Nadat ik voor de TU slaagde met een mooi eindcijfer, dacht ik dat ik op weg was om een goede architect te worden. Ik had graag langer in de theorie blijven hangen en promotieonderzoek gedaan, maar ik durfde er niet aan te beginnen en ik wist ook niet hoe. Ik was te verlegen om op de TU om advies te vragen. Uiteindelijk bleek de architectuur-praktijk niet erg bij mij te passen. Ik was zo geïntimideerd door mijn werkgevers, dat ik spontaan blokkeerde als ik de kans kreeg om iets te ontwerpen. Ik durfde niet te solliciteren bij de bekende architectenbureaus in Rotterdam en Delft, omdat ik wist dat ik de werkdruk niet aan zou kunnen. Ik heb helaas wat meer rust nodig dan gemiddeld. Om wat meer controle te krijgen, begon ik met freelancen en het organiseren van architectuurreizen. Die afwisseling was een tijd erg leuk, maar ook een beetje te veel. Toen mijn dochter werd geboren en de financiële crisis van 2009 aanbrak, kreeg ik minder opdrachten en besloot ik het over een andere boeg te gooien. Ik wilde weer creatief werken en besloot om me te focussen op het ontwerpen van hedendaagse ramen voor hedendaagse architectuur. Ik had altijd een interesse gehad in glas en op de TU leerde je er eigenlijk niets over. In Nederland wordt er op de kunstacademies geen aandacht gegeven aan glas en daarom begon ik aan een particuliere opleiding, die werd gegeven door een Duitse vlakglaskunstenaar met goede connecties.


Glas is mijn medium


Ik hou erg van glas. Ik haat het als mensen me vragen waarom ik met glas werk. “Waarom schilder je niet gewoon?” zeggen ze dan. Hoewel ik erg houd van schilderen, blijf ik teruggaan naar glas. Ik zie zoveel in glas, het is mijn medium. Niemand vraagt toch aan een schilder waarom hij verf gebruikt? Ze zeggen toch ook niet: “Waarom maak je niet gewoon een foto?”


Ik probeer me verder te ontwikkelen


Hoeveel ik ook van glas hou, het is een moeilijk, duur en langzaam materiaal om mee te werken. Maar ik kan het niet loslaten. De markt voor hedendaagse ramen is erg klein en ik kreeg er een hekel aan om meer dan de helft van mijn tijd te besteden aan acquisitie. I wilde niet meer in opdracht werken, maar zelf beslissen wat ik maakte. Een aantal jaren was ik, naast mij opdrachten, aan het onderzoeken wie ik ben als kunstenaar en welk soort werk bij me past. Ik voelde me hierin best wel verloren. Ik heb namelijk een grote voorkeur voor abstract werk, maar ik ben tot nog toe veel beter in figuratieve kunst. Als ex-architect heb ik een voorkeur voor ruimtelijke en grote werken, maar angst en het gebrek aan geld en ruimte hebben me er tot nog toe van weerhouden. Ik besloot om terug naar de basis te gaan en opnieuw te beginnen met waarin ik goed ben: portretten maken. Vanuit daar probeer ik mij weer verder te ontwikkelen.


Ik worstelde ook met wat ik met mijn werk wilde vertellen. Ik ben in van alles geïnteresseerd, dus ik heb continue superveel ideeën. Oorspronkelijk wilde ik me richten op persoonlijke verhalen en portretten van andere mensen, omdat ik dacht dat niemand in mij geïnteresseerd was. Ik was echter vaak te verlegen en oncomfortabel om vreemden te vragen om voor mij te poseren en hun verhaal te vertellen. Ik gebruikte daarom verhalen uit het nieuws en foto’s van mijn reizen als inspiratie. Daardoor was er veel afstand tussen mij en mijn onderwerpen. Ik weet niet of dat slecht of fout was. Tijdens lockdown begon ik naar mezelf te kijken. Vervolgens maakte ik een aantal zelfportretten die me veel over mezelf leerden. Het maakte me ook nieuwsgierig over hoe ik ben geworden wie ik ben, of was, op dat moment. Naast mijn persoonlijke geschiedenis begon ik te kijken naar de erfelijke aspecten van mijn persoonlijkheid. Zo begon ik te kijken naar mijn familie, in het bijzonder de andere vrouwen. Ik dook diep in de vrouwenlijn van mijn stamboom en de verhalen die ik daar vond, of juist niet vond, wekten mijn interesse in feminisme en vrouwengeschiedenis. In het bijzonder de rol die het moederschap speelt in het leven van vrouwen. Ik begon meer en meer te onderzoeken en te lezen over moeders in de Nederlandse en Europese geschiedenis. Ik weet niet zeker welke kant ik vanaf hier precies op ga. Zoals altijd heb ik heel veel ideeën. Ik ben benieuwd naar vrouwengeschiedenis in andere delen van de wereld, ik zou wel werk willen maken dat gaat over het huidig moederschap en abortus of over vormen van ouderschap die afwijken van de norm.


De geschiedenis van de gewone vrouw


Voor mijn huidige project heb ik het leven van gewone vrouwen tussen de 16e en 20e eeuw bestudeerd. In de portretten verwijs ik naar kunstwerken en momenten uit de geschiedenis. Ik maak gebruik van de handgeschreven aktes uit die tijd. Vrouwen uit mijn familie zijn zo lief geweest om te poseren en hun mening te geven over het leven van onze voormoeders. De portretten zijn realistisch en hangen een beetje naar het tuttige, maar ze vertellen het verhaal. Bovendien leiden ze me naar meer gewaagde plannen.


De angst voor de regels


Maar hoe krijg ik mijn werk onder de aandacht? Als ik naar de websites van Echte Kunstenaars kijk, dan zie ik strakke, minimalistische pagina’s met een korte ‘elevator pitch’ om de kunstenaar te omschrijven. Die heb ik ook, maar het voelt zo kunstmatig (of is dat dan juist goed?). Ik heb er genoeg van om me steeds te proberen aan te passen. Ik dacht dat kunstenaars non-conformisten moesten zijn (niet dat ik nou zo non-conformistisch ben), maar het blijkt dat er behoorlijk wat regels zijn waar Echte Kunstenaars aan moeten voldoen. Ik voldoe blijkbaar aan weinig van deze regels.

Ik vind het vermoeiend en het advies dat ik in de afgelopen jaren heb gekregen van professionals in de kunstwereld is vaak tegenstrijdig. Ik weet ook wel dat de meeste adviezen goed bedoeld zijn en van lieve mensen komen en ik probeer er zoveel mogelijk van te leren. Ik hoef ook geen gigantisch succes te worden. Ik zoek gewoon een beetje erkenning en interesse, expositiemogelijkheden en misschien een subsidie.


Dit zijn de regels die ik uit hun verhalen weet te halen:

1. Zeg niet te veel over de betekenis van je werk. Het zou helder moeten zijn of we willen er onze eigen interpretatie aan kunnen geven. Maar je verhaal moet wel goed zijn en we moeten het kunnen vinden, anders ben je oppervlakkig.

2. Je kunstwerken moeten jouw unieke verhaal vertellen, maar ze moeten wel mooi zijn en de huidige trends volgen, anders zijn we niet geïnteresseerd.

3. Straal zelfvertrouwen uit, maar wees bescheiden anders vinden we je arrogant (behalve als je een man bent, dan vinden we je een ‘enfant terrible’ en supercool)

4. We willen alleen portretten van knappe vrouwen.

5. Je moet wel de academie hebben gedaan, anders ben je maar een hobby-vrouwtje. Of nog erger: een hobby-moeder. (Behalve als je een man bent, dan durf je je eigen koers te varen en ben je autodidact)

6. We vinden outsider-art echt super, maar je moet wel ‘gek’ genoeg zijn (sorry dat ik dit gemene woord gebruik) anders ben je een insider en er zit niets tussen in.

7. Als je wil doorbreken werkt het het beste als je jong en knap bent, anders ben je een hobby-vrouw van middelbare leeftijd (behalve als je een man bent).

8. Kom naar openingen en events en zorg ervoor dat we je kennen, maar val ons niet lastig, want we kennen al genoeg kunstenaars.

9. Gebruik social media, maar niet te commercieel want dat is ordinair.

10. Als je oorspronkelijk een architect bent, dan nemen we je wel iets serieuzer, maar alleen als je minimalistische, modernistische abstracte kunst maakt. Of als je een man bent.


Ik heb volgens mij nog veel meer en andere adviezen gehoord, maar je snapt inmiddels wel wat ik bedoel.

Ik weet dat ik naar buiten moet treden, want het helpt me ontwikkelen. Maar ik voel me gegeneerd en niet goed genoeg. Soms heb ik een dappere bui en onderneem ik actie en soms levert het me ook werkelijk wat op. Maar de afwijzingen zijn soms pijnlijk en dan heb ik tijd nodig om bij te komen.


Ik kan ook niet stoppen


Misschien ben ik geen goede kunstenaar, of voldoe ik aan te weinig van de regels, maar ik kan ook niet stoppen. Het geeft me enorm veel voldoening en plezier om de werken te maken die ik maak. (Ik kan de kleinerende stemmen van de Echte Kunstmensen al horen: “Goed hoor, dan ga je lekker door waar je mee bezig bent!”). Ik wil wel meer exposeren. Niet zo zeer voor de verkoop, al is mijn opslagruimte beperkt, maar ik wil mijn verhaal gewoon delen, net zoals een schrijver wil dat zijn boek gelezen wordt.

1 view0 comments

Recent Posts

See All
bottom of page